Het woord voor ‘dopen’ in het Grieks (de oorspronkelijke taal van het Nieuwe Testament; het tweede deel van de Bijbel) is letterlijk ‘baptizoo’, waar ons woord ‘baptist’ van is afgeleid. Het betekent onderdompelen; ‘een handeling waarbij je een voorwerp in een vloeistof doopt’ zoals de
algemene beschrijving luidt.
De doop, zoals die in het Jodendom en ook in andere godsdiensten vroeger en nu bekend was, is door de christelijke gemeente als handeling overgenomen:
het is een ritueel waarbij je toetreedt tot de nieuwe geloofsgemeenschap.
De betekenis van de doop heeft voor christenen op een nieuwe manier inhoud gekregen. De handeling van in het water ondergedompeld worden en daarna weer overeind komen vanuit het water is een symbool voor Jezus’ sterven en opstanding. Hij was het die ondergedompeld werd in de dood en weer opstond vanuit de dood en zo de weg opende naar het eeuwige leven.

Wie zich laat dopen geeft daarmee te kennen dat de dood en opstanding van Jezus voor hem of haar van beslissende betekenis is en ontvangt de belofte van eeuwig leven. Het is tevens een symbool van toewijding en
van een nieuw begin. De gedoopte belijdt: ik geloof in God en wil mijn leven aan Hem toewijden, door Jezus te volgen in hoe Hij leefde en wat Hij zei.
Zo is de doop tegelijk een toetreding tot de geloofsgemeenschap van mensen die dezelfde overtuiging zijn toegedaan en samen een christelijke gemeente willen vormen. In onze traditie is dit een baptisten gemeente, waarin de nadruk ligt op de persoonlijke geloofskeuze en op de gezamenlijke verantwoordelijkheid om het geloof uit te dragen in het dagelijks leven.

Wil je je laten dopen, neem dan contact op met de voorganger via het contactformulier.